ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8148
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Bijl
- J. Boersma
- J. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing stakingswinst na vervreemding essentiële bedrijfsmiddelen melkveebedrijf
Belanghebbende, een melkveehouder die zijn bedrijf in een maatschap had ingebracht, verkocht in 1995 vrijwel alle essentiële bedrijfsmiddelen, waaronder landerijen, bedrijfsgebouwen en melkquota. Kort daarna vertrok hij naar Canada om daar een nieuwe onderneming te starten. Het geschil betrof de vraag of de winst uit de verkoop van deze bedrijfsmiddelen als stakingswinst belast mocht worden.
Het hof stelde vast dat door de vervreemding van de essentiële bedrijfsmiddelen de onderneming feitelijk was gestaakt, ondanks het voornemen van belanghebbende om de vrijkomende middelen te gebruiken voor een nieuwe buitenlandse onderneming. De latere oprichting van een besloten vennootschap en de terugwerkende kracht daarvan konden niet verhinderen dat de onderneming op het moment van inbreng al was gestaakt.
De inspecteur had de winst uit de verkoop belast als stakingswinst, hetgeen door het hof werd bevestigd. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag stakingswinst wordt ongegrond verklaard.