ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8091
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Holdert
- Onnes
- Rijkels
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na niet tijdige uitspraak inspecteur
Belanghebbende diende op 23 januari 1998 een beroepschrift in tegen het niet tijdig doen van een uitspraak door de inspecteur over de aanslag inkomstenbelasting 1993. Na het indienen van het beroep deed de inspecteur alsnog uitspraak op 4 maart 1998, waarbij de aanslag werd verminderd van een belastbaar inkomen van f 118.812 naar f 98.839.
Belanghebbende vorderde vernietiging van deze uitspraak en een verdere vermindering van de aanslag, primair conform het bezwaarschrift en subsidiair tot een belastbaar inkomen van f 90.294. Het geschil betrof met name de vraag of de inspecteur tijdig had moeten beslissen en of rekening moest worden gehouden met ontvangen subsidies die de aftrekbare onderhoudskosten beïnvloeden.
Het Hof oordeelde dat het niet tijdig doen van een uitspraak gelijkstaat aan een besluit waartegen beroep mogelijk is, maar dat de inspecteur binnen de grenzen van de aanslag alsnog uitspraak kon doen. Belanghebbende had na de uitspraak voldoende gelegenheid zijn standpunten toe te lichten. Verder werd vastgesteld dat het ontvangen subsidiebedrag in 1993 in aanmerking moest worden genomen, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat dit anders was.
De inspecteur had bij de oorspronkelijke aanslag ten onrechte geen rekening gehouden met de subsidie, maar dit werd bij de uitspraak op bezwaar gecorrigeerd. Het Hof vond dit toegestaan en oordeelde dat belanghebbende daardoor niet werd geschaad. Het beroep werd daarom gegrond verklaard en de aanslag werd verminderd tot het bij de uitspraak van 4 maart 1998 vastgestelde bedrag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot het bij uitspraak van 4 maart 1998 vastgestelde bedrag.