ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8087
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Ballegooijen
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van discriminatieverwijten tegen de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Belanghebbende, een zelfstandige automatiseringsconsulent, stelde dat de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) hem discrimineert ten opzichte van werkgevers, zwangere vrouwen en startende zelfstandigen die voorheen werknemer waren. Hij voerde diverse bezwaren aan, waaronder dat de WAZ in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat de premie- en uitkeringsregelingen onrechtvaardig zijn.
Het Hof oordeelde dat de bezwaren die betrekking hebben op de inhoud en billijkheid van de wet niet door de rechter kunnen worden beoordeeld vanwege artikel 11 van Pro de Wet Algemeene Bepalingen, dat de rechter verbiedt de innerlijke waarde van de wet te toetsen. Ten aanzien van het discriminatieverwijt stelde het Hof vast dat de drie genoemde groepen feitelijk niet in gelijke omstandigheden verkeren als andere zelfstandigen, waardoor geen sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
Het Hof concludeerde dat de wetgever in redelijkheid de verschillende categorieën verzekerden verschillend heeft kunnen behandelen en dat daarmee het discriminatieverbod uit het Internationaal Verdrag van New York en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens niet is geschonden. Het beroep werd dan ook ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de voorlopige aanslag WAZ-premie wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.