ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8033
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Smit
- Rechtspraak.nl
Beperking van zelfstandigenaftrek tot belastingplichtigen onder 65 jaar is geen verboden discriminatie
Belanghebbende, geboren in 1930, voerde beroep aan tegen de weigering van de zelfstandigenaftrek omdat hij de leeftijd van 65 jaar had bereikt. Hij stelde dat deze leeftijdsgrens een verboden discriminatie vormt op grond van artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro in verbinding met artikel 1 van Pro het eerste Protocol.
Het Hof overwoog dat de leeftijdsgrens van 65 jaar een objectieve en redelijke rechtvaardiging kent, mede gelet op het doel van de zelfstandigenaftrek en de gangbare praktijk dat mensen rond die leeftijd hun arbeidsdeelname verminderen. Ook het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden, mede omdat de wetgever een zekere beoordelingsvrijheid heeft.
Daarnaast wees het Hof de stelling af dat het beleid van de staatssecretaris om de zelfstandigenaftrek toe te passen bij ondernemers onder de 18 jaar maar niet boven de 65 jaar in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Ook het verschil in behandeling tussen zelfstandigen en directeur-grootaandeelhouders werd als objectief gerechtvaardigd beoordeeld.
Het Hof bevestigde dat de aanslag over 1996 moet worden vastgesteld volgens de toen geldende wettelijke bepalingen, ongeacht mogelijke toekomstige wetswijzigingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van de zelfstandigenaftrek wegens leeftijdsgrens is ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.