ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8012
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag inkomstenbelasting wegens onjuiste loontijdvakbepaling
Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting over 1995 waarbij een (half)wezenpensioen en vakantiewerk werden opgegeven. De inspecteur legde een aanslag op gebaseerd op loonbetaling over 38 dagen, terwijl belanghebbende stelde dat het loon betrekking had op 29 werkdagen.
Het Hof onderzocht het toepasselijke loontijdvak en concludeerde dat het loontijdvak op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 en het arrest van de Hoge Raad uit 1986 op 29 dagen moet worden gesteld, omdat belanghebbende per uur werd betaald en het loon over de daadwerkelijk gewerkte dagen moet worden toegerekend.
Omdat het loontijdvak minder dan een maand betreft, is niet voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van de aanslag zoals neergelegd in artikel 64, tweede lid, onderdeel c sub 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslag en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 21 september 1999 door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1995 wordt vernietigd wegens onjuiste vaststelling van het loontijdvak.