ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8009
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Boersma
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Waardering zelfbewoonde woning bij overgang naar privé-vermogen in belastingzaak
Belanghebbende, samen met zijn overleden broer, dreef een tuinderij en woonde met zijn familie in een woning die tot het ondernemingsvermogen behoorde. Na staking van de onderneming in 1994 bleef belanghebbende de woning bewonen. De inspecteur waardeerde de woning op de balans tegen de volledige marktwaarde, terwijl belanghebbende een lagere waarde aanhield vanwege de zelfbewoning.
Het geschil betrof de juiste waardering van de woning bij overgang naar het privé-vermogen en de vraag of een waardedrukkende factor vanwege de voortdurende zelfbewoning in aanmerking genomen moest worden. Het hof oordeelde dat zelfbewoning een relevante omstandigheid is die de waarde kan beïnvloeden en dat de waarde niet zonder meer gelijk is aan de marktwaarde bij verhuurde staat.
Na beoordeling van de feiten, waaronder leeftijd van bewoners en marktpraktijken, stelde het hof de waarde van de woning inclusief ondergrond vast op f 125.000,-, aanzienlijk lager dan de door de inspecteur gehanteerde waarde van f 210.000,-. De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens veroordeelde het hof de inspecteur in proceskosten en bepaalde een vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 55.216,- met inachtneming van een waardedrukkende factor vanwege zelfbewoning.