ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7942
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke waardering van opstal als bedrijfsgebouw in bestemmingsplan Landelijk Gebied
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak bestaande uit een perceel met een opstal, maakte bezwaar tegen de aanslagen onroerende-zaakbelasting 1996 die waren gebaseerd op een waardegrondslag van ƒ 267.000. De onroerende zaak was gelegen in een gebied met een bestemmingsplan dat de opstal bestempelde als bedrijfsgebouw, terwijl belanghebbende deze als woning gebruikte en ingericht had.
Het hof oordeelde dat de waardering van de opstal moest plaatsvinden op basis van de bestemming als bedrijfsgebouw conform het bestemmingsplan, ongeacht het feit dat belanghebbende de opstal als woning gebruikte. De waarde van de opstal en de daaraan toegerekende grond werd vastgesteld op ƒ 172.500. De overige grond werd niet als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond aangemerkt omdat belanghebbende niet had aangetoond dat hij in recente jaren opbrengsten uit bosbouw had genoten.
De waarde van de overige grond werd op basis van een verkoopprijs van een nabijgelegen perceel vastgesteld op ƒ 39.500. Hierdoor werd de totale waardegrondslag voor de aanslagen vastgesteld op ƒ 212.000. Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, stelde de aanslagen naar deze waarde vast en veroordeelde verweerder in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De aanslagen onroerende-zaakbelasting worden verminderd tot een waardegrondslag van ƒ 212.000 conform het bestemmingsplan en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.