ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7826
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kwantes
- Rechtspraak.nl
Schijn van vooringenomenheid door ambtenaar leidt tot vernietiging belastingwaarde woning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van zijn woning voor de onroerendezaakbelasting. De waarde was door de gemeente vastgesteld op ƒ 400.000 voor de periode 1997-2000. De bezwaarprocedure werd behandeld door een ambtenaar, A, die tevens mede-eigenaar was van het parkeerterrein achter de woning, waarover een juridisch geschil liep met belanghebbende.
Het hof oordeelde dat deze situatie de schijn van vooringenomenheid wekte, omdat A een persoonlijk belang had bij het besluit. Dit was in strijd met het vereiste van onpartijdigheid en het motiveringsbeginsel uit de Algemene wet bestuursrecht. De gemeente had onvoldoende maatregelen genomen om te waarborgen dat A de besluitvorming niet beïnvloedde.
Daarom vernietigde het hof de bestreden uitspraak en gelastte een nieuwe beslissing door de gemeente, met inachtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak wegens schijn van vooringenomenheid en gelast een nieuwe beslissing door de gemeente.