ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7824
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Holdert
- Onnes
- Kwantes
- Rechtspraak.nl
Voortzetting werkzaamheden na vervroegde uittreding leidt tot loon uit arbeid ondanks betaling aan BV
Belanghebbende, die tot 1 oktober 1992 in dienst was bij onderwijsinstellingen, verrichtte daarna werkzaamheden voor dezelfde instelling waarbij de vergoedingen via een door hem en zijn zoon opgerichte BV liepen. Het geschil betrof de vraag of deze vergoedingen inkomsten uit arbeid waren of niet.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende na zijn vervroegde uittreding nog steeds persoonlijk en onder gezagsverhouding werkzaamheden verrichtte voor de onderwijsinstelling. Ondanks dat de betalingen aan de BV werden gedaan, kwalificeerde het Hof deze vergoedingen als loon uit dienstbetrekking van belanghebbende.
De arbeidsovereenkomst tussen belanghebbende en de BV en de ondersteuning door zijn zoon deden hier niet aan af. Ook de stelling dat sommige werkzaamheden niet voor de onderwijsinstelling waren verricht, werd verworpen omdat deze niet in het belastbare inkomen waren begrepen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.