ECLI:NL:GHAMS:1998:AJ0499
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- J.W.M. Tijnagel
- J.F.M. Giele
- Th.J.G. van Berkum
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over waarschuwingsplicht douane bij mogelijke fraude en gevolgen voor douaneschuld
Deze zaak betreft een geschil over de vraag of de douaneautoriteiten verplicht zijn een aangever binnen circa tien dagen te waarschuwen bij vermoedens van fraude door opdrachtgevers, en wat de gevolgen zijn als deze waarschuwing uitblijft. Belanghebbende, een BV die te goeder trouw aangiften deed, werd geconfronteerd met een uitnodiging tot betaling van douanerechten wegens valselijk afgestempelde documenten T1 bij zeven zendingen sigaretten.
Uit het onderzoek van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) bleek dat de sigaretten nooit hun bestemming bereikten en dat de documenten T1 valselijk waren afgetekend door een Belgische douanebeambte. Verdachten waren betrokken bij het verhandelen van onveraccijnsde sigaretten zonder betaling van belastingen. Belanghebbende stelt dat zij niet is gewaarschuwd en dat zij maatregelen had kunnen nemen om de douaneschuld te voorkomen.
De Tariefcommissie erkent dat de douane al eind juli 1993 op de hoogte was van vermoedelijke fraude en dat belanghebbende te goeder trouw handelde. De commissie overweegt of er een plicht tot waarschuwing bestaat en wat de rechtsgevolgen zijn als deze plicht niet wordt nagekomen. Gezien de complexiteit en het communautaire karakter van de vraag, wordt een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie gesteld. Het geding wordt geschorst tot na de uitspraak van het Hof.
Uitkomst: De Tariefcommissie stelt een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie en schorst het geding tot na diens uitspraak.