ECLI:NL:GHAMS:1998:AA8428
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.L.C. Hermans
- M.W.E. Koopmann
- L.P. van den Blink
- Rechtspraak.nl
Behandeling beklag tegen weigering strafvervolging wegens onduidelijkheid nationaliteit verdachte bij decembermoorden
Klagers hebben bij het hof beklag ingediend tegen de weigering van de officier van justitie te Amsterdam om verdachte strafrechtelijk te vervolgen voor moord gepleegd tijdens de decembermoorden in 1982 in Fort Zeelandia, Paramaribo. De kern van het beklag betreft de vraag of verdachte ten tijde van deze gebeurtenissen de Nederlandse nationaliteit bezat, wat bepalend is voor de bevoegdheid tot vervolging in Nederland.
Tijdens de behandeling in raadkamer heeft het hof vastgesteld dat de beschikbare gegevens onvoldoende aanknopingspunten bieden om met zekerheid vast te stellen dat verdachte niet de Nederlandse nationaliteit had. De procureur-generaal stelde voor geen vervolging te bevelen vanwege onzekerheid over de nationaliteit, maar het hof deelt dit standpunt niet volledig.
Het hof acht het noodzakelijk dat een rechter-commissaris een gerechtelijk vooronderzoek instelt naar de nationaliteit van verdachte ten tijde van de decembermoorden. Dit onderzoek moet alle relevante middelen omvatten, waaronder het horen van getuigen en deskundigen, en rekening houden met de vragen van klagers. Totdat dit onderzoek is afgerond, wordt elke verdere beslissing, met name over de vervolging, aangehouden.
Uitkomst: Het hof gelast een gerechtelijk vooronderzoek naar de nationaliteit van verdachte en houdt verdere beslissing over vervolging aan.