ECLI:NL:GHAMS:1998:AA8024
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op vermindering premie volksverzekeringen wegens niet-toepassing faciliteiten door werkgever
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1994, waarbij hij stelde recht te hebben op vermindering van de premie volksverzekeringen. Dit omdat zijn werkgever bij de inhouding en afdracht van loonheffing geen gebruik maakte van de faciliteiten van de Wet ter bevordering van werkgelegenheid voor langdurig werklozen en artikel 53 van Pro de Wet financiering volksverzekeringen (WFV).
De inspecteur had de aanslag opgelegd zonder vermindering, rekening houdend met de betaalde overhevelingstoeslag. Belanghebbende betoogde dat hij alsnog recht had op de faciliteiten, mede op grond van een in rechte te honoreren vertrouwen op uitlatingen van de inspecteur.
Het Hof oordeelt dat de Wet op de inkomstenbelasting 1964 geen bepaling bevat die werknemers een zelfstandig recht geeft op deze faciliteiten indien de werkgever deze niet toepast. Ook het beroep op vertrouwen faalt, omdat de inspecteur niet heeft toegezegd dat belanghebbende via deze weg teruggaaf kon krijgen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de bestreden aanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen bevestigd.