ECLI:NL:GHAMS:1998:AA8021
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Faase
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Geen fictieve rentelast bij omzetting renteloze koopsom in aandelenkapitaal binnen fiscale eenheid
Belanghebbende, een dochtermaatschappij van een Amerikaanse moedermaatschappij, kocht eind 1990 aandelen in twee Nederlandse vennootschappen. De koopsom bleef renteloos schuldig aan de moeder zonder aflossingsschema of zekerheid. Na ongeveer 11 maanden werd deze schuld omgezet in aandelenkapitaal.
De inspecteur stelde dat belanghebbende een fictieve rente in aanmerking moest nemen bij het bepalen van de belastbare winst over 1991. Belanghebbende stelde dat sprake was van een informele kapitaalstorting en bracht een fictieve rente in aftrek.
Het Hof concludeerde dat de civielrechtelijke vorm in beginsel bepalend is, maar dat uitzonderingen mogelijk zijn als in werkelijkheid een kapitaalverstrekking is beoogd. Uit stukken, waaronder een Major Expenditure Proposal, bleek dat de moedermaatschappij en belanghebbende vanaf het begin een kapitaalstorting voor ogen hadden, mede vanwege de voorgenomen fiscale eenheid per 1 januari 1991.
De renteloze lening was een formele tussenstap in afwachting van de statutenwijziging en kapitaaluitbreiding. Daarom leidt dit niet tot een fictieve rentelast in het eerste jaar. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de renteloze koopsom niet leidt tot een fictieve rentelast omdat sprake is van een kapitaalstorting vanaf het begin.