ECLI:NL:GHAMS:1998:AA4530
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van winsttoerekening bij verkoop boerderij binnen vennootschap onder firma
Belanghebbende, een veehouder en kaasmaker, oefent zijn ondernemingsactiviteiten uit binnen een vennootschap onder firma (v.o.f.) samen met zijn echtgenote. In 1992 kocht de echtgenote een boerderij en aangrenzende weidegrond van een curator in faillissement, waarna de boerderij werd geleverd aan belanghebbende. De weidegrond werd geactiveerd als ondernemingsvermogen in de boeken van de v.o.f., maar de boerderij niet.
In 1993 verkocht belanghebbende de boerderij met een winst van €94.507, die niet was verantwoord in de jaarstukken en niet was betrokken in de aangiften inkomstenbelasting. De inspecteur corrigeerde het belastbare inkomen van belanghebbende met 60% van deze winst, wat leidde tot een hogere aanslag.
Belanghebbende stelde dat de boerderij tot zijn privévermogen behoorde en dat de winst een onbelaste vermogensmutatie betrof, of subsidiair dat de winst gelijkelijk tussen hem en zijn echtgenote moest worden toegerekend. Het hof oordeelde dat de aankoop en verkoop van de boerderij en weidegrond als een eenheid moesten worden beschouwd en dat de boerderij tot het ondernemingsvermogen van de v.o.f. behoorde. De winst moest daarom voor 60% aan belanghebbende worden toegerekend.
Het hof verwierp het standpunt van belanghebbende dat de boerderij tot privévermogen behoorde, mede omdat de aankoop was gedaan om de weidegrond voor de onderneming veilig te stellen en de boerderij slechts speculatief werd gehouden. De aanslag werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1994 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.