ECLI:NL:GHAMS:1998:AA4225
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Schaap
- M. Faase
- H. Van Loon
- Rechtspraak.nl
Toepassing overgangsregeling bij intrekking artikel 10 Wet Belastingherziening 1950 voor woningen in aanbouw
Belanghebbende, een besloten vennootschap opgericht in 1991 met als doel het beheren van gesubsidieerde woningen, kocht bouwgrond en gaf opdracht tot de bouw van 48 huurwoningen. De bouw was op 31 december 1991 gevorderd tot de bovenkant van de begane-grondvloer. Voor het jaar 1993 deed belanghebbende aangifte met toepassing van artikel 10 Wet Pro Belastingherziening 1950, die een vrijstelling geeft aan bepaalde woningbouwlichamen.
De inspecteur weigerde deze toepassing en stelde een belastbaar bedrag vast. Na bezwaar werd dit verminderd, maar niet volledig toegewezen. Het geschil betrof de vraag of de overgangsregeling bij de intrekking van artikel 10 per Pro 1 januari 1992 ook van toepassing is op woningen die op 31 december 1991 nog in aanbouw waren.
Het Hof oordeelde dat de vrijstelling blijft gelden voor lichamen die op 31 december 1991 aan de voorwaarden voldeden, ook als woningen nog in aanbouw waren. De inspecteur's standpunt dat de faciliteit vervalt bij oplevering na die datum werd verworpen. Het Hof wees op de bedoeling van de wetgever om investeringen op lange termijn te beschermen en verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur, en stelde de aanslag op nihil.
Uitkomst: De vrijstelling van artikel 10 Wet Belastingherziening 1950 blijft van kracht voor woningen die op 31 december 1991 in aanbouw waren, waardoor de aanslag vennootschapsbelasting 1993 wordt verminderd tot nihil.