ECLI:NL:GHAMS:1997:AA4394
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Boersma
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemerschap houdstermaatschappij voor omzetbelasting na Polysar-arrest
Belanghebbende is een Nederlandse houdstermaatschappij die aandelen houdt in buitenlandse vennootschappen binnen een concern dat wereldwijd actief is in de drankenindustrie. In het tijdvak van de naheffingsaanslag werden alle aandelen gehouden door een buitenlandse moedermaatschappij. Belanghebbende verrichtte activiteiten zoals het houden van aandelen, aan- en verkoop van deelnemingen en het doorlenen van gelden, zonder fees te berekenen voor haar werkzaamheden.
De inspecteur stelde een naheffingsaanslag op omdat belanghebbende alle in rekening gebrachte omzetbelasting in aftrek had gebracht, terwijl volgens hem slechts 1% daarvan terecht was. Het geschil spitste zich toe op de vraag of belanghebbende als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting kon worden aangemerkt, waarbij het Polysar-arrest centraal stond.
Het Hof oordeelde dat het enkele houden van deelnemingen geen economische activiteit is en dat belanghebbende zich niet direct of indirect heeft bemoeid met het beheer van de deelnemingen. De beleidsmatige en coördinerende activiteiten hadden betrekking op de financiële en fiscale structuur van het concern en overstegen niet het vermogensbeheer. Daarom kon belanghebbende niet als ondernemer worden aangemerkt en was de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Het Hof wees het beroep van belanghebbende af en bevestigde de uitspraak van de inspecteur. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd op 2 juli 1997 uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting tegen belanghebbende wordt bevestigd omdat zij geen ondernemer is voor de omzetbelasting.