ECLI:NL:GHAMS:1996:AA4306
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rensema
- Groeneveld
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam, waarbij ook kosten van ƒ 58,50 in rekening werden gebracht. De gemeente had de kosten gebaseerd op een raming uit de Verordening parkeerbelastingen 1991, waarbij de werkelijke kosten hoger bleken dan de geraamde kosten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van belanghebbende aanvankelijk niet-ontvankelijk, maar het hof vernietigde deze uitspraak omdat belanghebbende tijdig bezwaar had gemaakt. Het geschil betrof uiteindelijk de hoogte van de kosten die in rekening werden gebracht. Belanghebbende voerde aan dat de kostenraming onjuist was, terwijl de gemeente stelde dat de kostenraming en de werkelijke kosten in overeenstemming waren met de wettelijke voorschriften en jurisprudentie.
Het hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en dat de kosten conform de Verordening waren berekend. De werkelijke kosten overtroffen zelfs de geraamde kosten, zodat geen reden bestond om de Verordening onverbindend te verklaren. Het beroep werd gegrond verklaard voor wat betreft ontvankelijkheid, maar de aanslag en kosten werden gehandhaafd. De gemeente werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het hof verklaart belanghebbende ontvankelijk en handhaaft de naheffingsaanslag inclusief de kosten conform de Verordening parkeerbelastingen.