ECLI:NL:CRVB:2026:914

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
26/251 ANW-VV-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in geschil over intrekking ANW-uitkering na echtscheiding

Verzoekster had een ANW-uitkering die per oktober 2015 werd ingetrokken door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) omdat zij niet langer als nabestaande werd beschouwd. Dit was gebaseerd op het feit dat verzoekster op het moment van overlijden van haar echtgenoot reeds gescheiden was. Na bezwaar verklaarde de Svb het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf de Svb opdracht het bezwaar opnieuw te beoordelen, mede omdat onduidelijk was of de echtscheidingsakte in Marokkaanse registers was ingeschreven.

De Svb ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, terwijl verzoekster incidenteel hoger beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er onvoldoende sprake was van een actueel spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen, aangezien de bodemprocedure binnen afzienbare tijd zal worden behandeld.

Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd vastgesteld dat er geen proceskostenvergoeding toekomt. De uitspraak is gedaan in het openbaar en sluit aan bij eerdere uitspraken in vergelijkbare zaken.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan actueel spoedeisend belang.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter

26.251 ANW-VV-PV

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: C.C.M. van 't Hol
Namens verzoekster is verschenen mr. N. Talhaoui, advocaat. De Svb heeft zich via beeldbellen laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek tot treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Met een besluit van 24 september 2019 heeft de Svb per oktober 2015 de ANWuitkering van verzoekster ingetrokken, omdat zij niet meer is aan te merken als nabestaande in de zin van de ANW. Uit onderzoek is gebleken dat verzoekster op 25 juni 2015, voor het overlijden van haar echtgenoot, van hem gescheiden was. Met uiteindelijk een besluit van 30 april 2024 is het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
2. De rechtbank [1] heeft het beroep tegen het besluit van 30 april 2024 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de Svb opdracht gegeven opnieuw op het bezwaar te beslissen. Daarbij is een veroordeling uitgesproken tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Volgens de rechtbank is geen duidelijkheid verkregen over de vraag of de echtscheidingsakte is ingeschreven in de Marokkaanse registers. De Svb heeft hierdoor onvoldoende gemotiveerd dat de echtscheiding juridisch was voltooid op het moment van overlijden van de echtgenoot.
3. De Svb heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Verzoekster heeft incidenteel hoger beroep [2] ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
4. De voorzieningenrechter is bevoegd om op verzoek een voorlopige voorziening te treffen als is voldaan aan de voorwaarde dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist.
4.1.
In deze zaak is onvoldoende gebleken van een actueel spoedeisend belang, nu de Raad binnen afzienbare tijd uitspraak zal doen in de bodemprocedure.
5. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzieningenrechter

Voetnoten

1.Uitspraak van 16 december 2025, 24/2696, ECLI:NL:RBAMS:2025:9887.
2.Onder zaaknummers 26/143 ANW en 26/1055 ANW.