ECLI:NL:CRVB:2026:876

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
24/2822 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbArt. 1 ANWArt. 13 ANWArt. 14 ANWArt. 22 Algemeen Verdrag sociale zekerheid Nederland-Marokko
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek ANW-uitkering wegens ontbreken verzekering echtgenoot

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot die in Nederland had gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Na bezwaar en een herzieningsverzoek handhaafde de Svb deze afwijzing.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb. Appellante stelde in hoger beroep dat het besluit onjuist was, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het besluit konden wijzigen. De echtgenoot was niet verzekerd volgens Nederlandse of Marokkaanse wetgeving, en ook niet vrijwillig verzekerd.

De Raad concludeerde dat de afwijzing terecht was en dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering, ook niet voor de toekomst. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, waarbij appellante geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek om een ANW-uitkering blijft in stand.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
24/2822 ANW
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 november 2024, 24/1459 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] / [provincie] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 26 juni 2026

SAMENVATTING

Deze uitspraak gaat over de vraag of de Svb terecht de herhaalde aanvraag van appellante om toekenning van een ANW-uitkering heeft afgewezen. Volgens de Svb is er geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden en is het bestreden besluit niet evident onjuist. Met de rechtbank oordeelt de Raad dat de Svb de herhaalde aanvraag terecht heeft afgewezen. Appellante heeft ook voor de toekomst geen recht op een nabestaandenuitkering.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 15 mei 2026. Appellante is niet verschenen. De Svb is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante, geboren in 1985, woont in Marokko . Appellante is in 2010 in Marokko gehuwd. De echtgenoot van appellante, geboren in 1935, heeft in Nederland gewoond en gewerkt. Hij is op [datum] 2022 in Marokko overleden. De echtgenoot van appellante ontving een pensioen op grond van de AOW [1] . Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW [2] aangevraagd.
1.2.
Met een besluit van 15 september 2022 heeft de Svb de aanvraag afgewezen, omdat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Het door appellante tegen deze beslissing gemaakte bezwaar is bij besluit van 17 januari 2023 door de Svb ongegrond verklaard.
1.3.
Op 7 juni 2023 heeft appellante de Svb gevraagd om haar alsnog een ANWuitkering toe te kennen. Met een besluit van 18 juli 2023 heeft de Svb het verzoek om herziening van het besluit van 15 september 2022 afgewezen en de afwijzing na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 5 februari 2024 (bestreden besluit). Hieraan heeft de Svb ten grondslag gelegd dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd en dat niet is gebleken dat het besluit onmiskenbaar onjuist is. Zij heeft geen bewijsstukken opgestuurd waaruit blijkt dat haar partner op de dag van zijn overlijden wel verzekerd was voor de ANW. Ook voor de toekomst is er geen recht op een nabestaandenuitkering.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank is van oordeel dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden niet is gebleken. Appellante heeft geen nieuwe gegevens naar voren gebracht waaruit blijkt dat haar echtgenoot toen hij overleed wel verzekerd was. De rechtbank ziet ook geen aanleiding het bestreden besluit onmiskenbaar onjuist te achten. Daarom is afwijzing van het herzieningsverzoek niet evident onredelijk. Ook voor de toekomst heeft de Svb het eerdere besluit terecht niet herzien, omdat niet is gebleken dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden verzekerd was voor de ANW.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Appellante verzoekt de Svb om van het in rechte vaststaande besluit van 15 september 2022 terug te komen als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb [3] . Dit geding gaat over een duuraanspraak. Uit vaste rechtspraak van de Raad volgt dat bij de toetsing van een besluit over een herhaalde aanvraag bij een duuraanspraak een onderscheid wordt gemaakt moet worden tussen het verleden en de toekomst.
4.2.
Wat betreft de toekomst geldt dat de Svb met juistheid heeft geconcludeerd dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor het toekennen van een ANW-uitkering. De echtgenoot van appellante was op het moment van zijn overlijden niet verzekerd voor de ANW. Hij woonde of werkte op de datum van zijn overlijden niet meer in Nederland. Ook is niet gebleken dat de echtgenoot vrijwillig verzekerd was. Hij was ook niet verzekerd voor de ANW op basis van het ontvangen AOW-pensioen omdat dit niet meer mogelijk is vanaf 1 januari 2000. Verder moet op grond van gegevens van de CNSS [4] worden vastgesteld dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor de Marokkaanse wetgeving [5] . Appellante ontleent daarom geen recht op een nabestaandenuitkering op grond van het NMV [6] .
4.3.
Er is dus geen reden om het besluit van de Svb wat betreft de toekomst voor onjuist te houden. Daaruit volgt ook dat, voor wat betreft het verleden, er ook geen reden is om het besluit als onmiskenbaar onjuist te beschouwen. Ook ziet de Raad geen (andere) redenen waarom de afwijzing van de herhaalde aanvraag evident onredelijk zou zijn. Appellante heeft nog wel gemeld dat zij acht minderjarige kinderen onderhoudt en volledig arbeidsongeschikt is, maar omdat haar echtgenoot bij zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW kunnen deze omstandigheden niet leiden tot het toekennen van een ANWuitkering.

Conclusie en gevolgen

4.4.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de weigering van de Svb om appellante in aanmerking te brengen voor een ANW-uitkering in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos in tegenwoordigheid van D.M.A. van de Geijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2026.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) D.M.A. van de Geijn
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale)
Statue:
Confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence de D.M.A. van de Geijn en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 26 Juin 2026.
(signé) E.E.V. Lenos
(signé) D.M.A. van de Geijn
Les parties disposent d’un délai de six semaines á compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Algemene nabestaandenwet
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
(…)
d. nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet;
(…)
Artikel 13
1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die
a. ingezetene is;
b. geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of op het continentaal plat in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
(…)
Artikel 14
1. Recht op nabestaandenuitkering heeft de nabestaande die:
a. een ongehuwd kind heeft, dat jonger is dan 18 jaar en niet tot het huishouden van een ander behoort; of
b. arbeidsongeschikt is (…).
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 4:6
1. Indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
2. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 de Pro aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking.
Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Artikel 22
1. Wanneer een werknemer op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip van zijn overlijden verzekerd is krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen, en tijdvakken van verzekering volgens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen heeft vervuld, kan zijn weduwe op een pensioen krachtens laatstgenoemde wettelijke regelingen aanspraak maken.
(…)

Voetnoten

1.Algemene Ouderdomswet.
2.Algemene nabestaandenwet.
3.Algemene wet bestuursrecht.
4.Caisse nationale de sécurité sociale.
5.Zie artikel 14, eerste lid, van de ANW in samenhang met artikel 1, aanhef en onder d, van de ANW en artikel 22 van Pro het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, Rabat, 14-02-1972.
6.Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko.