ECLI:NL:CRVB:2026:864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in WIA-zaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een WIA-zaak. De gemachtigde van appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €147,- binnen een gestelde termijn.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Raad heeft op basis van de beschikbare gegevens, waaronder de ontvangstbevestiging van de aangetekende brief, geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest.
Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Ermers in aanwezigheid van griffier H. Alajai op 1 juli 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.