ECLI:NL:CRVB:2026:696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten wasmachine wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een nieuwe wasmachine, omdat hij stelde dat hij niet had kunnen reserveren vanwege een laag inkomen en schulden. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet kon reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. Appellant ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad overwoog dat een inkomen op bijstandsniveau in principe toereikend is om te reserveren voor incidentele noodzakelijke kosten zoals een wasmachine.
Appellant had sinds 2014 een wasmachine in bezit en had vanaf dat jaar een inkomen op minimaal bijstandsniveau, inclusief toeslagen en eenmalige energietoeslagen. Schulden waren pas recent ontstaan en hadden slechts een minimale impact op de mogelijkheid tot reserveren. Daarom was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd afgewezen en appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 mei 2026.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor de wasmachine wordt bevestigd omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kon reserveren.