Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:396

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
26/306 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in bestuursrechtelijke zaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar het beroepschrift is niet binnen de wettelijke termijn van zes weken ingediend. De termijn begon te lopen op 6 januari 2026 en eindigde op 17 februari 2026. Het beroepschrift werd op 17 februari 2026 digitaal ontvangen, dus niet tijdig.

Appellante voerde als redenen voor de termijnoverschrijding het gefaseerd en onvolledig ontvangen dossier, het vinden van een nieuwe gemachtigde, de complexiteit van de zaak en beperkte voorbereidingstijd aan. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden geen bijzondere reden vormen om de overschrijding te verontschuldigen.

Omdat het hoger beroep niet tijdig is ingediend en de overschrijding niet verschoonbaar is, verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
26/306 PW
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van
5 januari 2026, 25/1284 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas (college)
Datum uitspraak: 31 maart 2026

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt. Deze termijn gaat in op de dag nadat de aangevallen uitspraak aan partijen is bekendgemaakt. Dat volgt uit artikel 6:8 van Pro de Awb. Een beroepschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen of als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Deze regels staan in artikel 6:9 van Pro de Awb. Uit artikel 6:24 van Pro de Awb volgt dat deze bepalingen ook gelden voor het hoger beroep.
Als een beroepschrift na afloop van de beroepstermijn is ingediend blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege als die overschrijding het gevolg is van bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen, als deze is veroorzaakt door handelen of nalaten van het bestuursorgaan en mogelijk ook als sprake is van een andere reden die tot die overschrijding heeft geleid. Bij de beoordeling of hiervan sprake is worden alle omstandigheden van het geval in hun samenhang bezien.
Als het beroepschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, dan moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Belangen die met het materiële geschil zijn gemoeid, zijn bij de beoordeling niet relevant.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 5 januari 2026 in afschrift bij aangetekende brief aan partijen toegezonden. Dat betekent dat de termijn om hoger beroep in te stellen is aangevangen op 6 januari 2026 en geëindigd is op 17 februari 2026.
Het beroepschrift is op 17 februari 2026 digitaal ontvangen en is dus niet voor het einde van de beroepstermijn ingediend.
In haar hogerberoepschrift heeft appellante de Raad reeds verzocht een eventuele termijnoverschrijding verschoonbaar te achten op grond van de in haar brief uiteengezette omstandigheden. Samenvattend benoemt appellante daarbij het gefaseerd en onvolledig ontvangen dossier, het vinden van een nieuwe gemachtigde, alsmede de complexiteit van de zaak en de beperkte mogelijkheid tot tijdige voorbereiding.
Appellante heeft daarmee geen bijzondere omstandigheid aangevoerd die maakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het beroepschrift van appellante betreft een pro forma hogerberoepschrift. Niet duidelijk is waarom appellante dit niet eerder heeft kunnen indienen.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.