Uitspraak
5 januari 2026, 25/1284 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar het beroepschrift is niet binnen de wettelijke termijn van zes weken ingediend. De termijn begon te lopen op 6 januari 2026 en eindigde op 17 februari 2026, terwijl het beroepschrift pas op 17 februari 2026 digitaal werd ontvangen, dus niet tijdig.
Appellante voerde als redenen voor de termijnoverschrijding het gefaseerd en onvolledig ontvangen dossier, het vinden van een nieuwe gemachtigde, de complexiteit van de zaak en beperkte voorbereidingstijd aan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze omstandigheden geen bijzondere omstandigheid vormen die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
Omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend en de overschrijding niet verschoonbaar was, werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van het beroepschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding.