Uitspraak
15 juli 2025, 24/6808 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een AOW-zaak. De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken, ingaand de dag na bekendmaking van de uitspraak. De uitspraak is op 17 juli 2025 aangetekend aan partijen toegezonden, waardoor de beroepstermijn liep tot 29 augustus 2025.
Het beroepschrift is echter pas op 20 november 2025 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn. De rechtbank heeft de uitspraak nogmaals per gewone post toegezonden, maar dit leidde niet tot een nieuwe beroepstermijn. Appellant gaf als reden voor de overschrijding ziekte aan, maar dit werd niet als een bijzondere omstandigheid erkend die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens niet-tijdige indiening. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken op 20 maart 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare omstandigheden.