Uitspraak
SAMENVATTING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant is schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van AOW-premies over de jaren 2007, 2008 en 2009. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft op basis hiervan een korting van 4% toegepast op het AOW-pensioen van appellant. Deze korting is door de rechtbank bevestigd en ook in hoger beroep gehandhaafd.
De Raad overweegt dat de eerdere besluiten over schuldige nalatigheid rechtsgeldig zijn omdat appellant destijds geen bezwaar heeft gemaakt. De korting is terecht toegepast over de periode van 19 juni 2023 tot 1 januari 2024. Vanaf die datum is de korting vanwege een wetswijziging komen te vervallen.
Appellant voerde in hoger beroep geen nieuwe gronden aan die aanleiding geven om de eerdere besluiten te herzien. De Raad onderschrijft daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De korting van 4% op het AOW-pensioen wegens schuldige nalatigheid wordt bevestigd tot 1 januari 2024 en daarna beëindigd.