ECLI:NL:CRVB:2026:328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag aangepaste buggy op grond van de Wmo 2015 bevestigd
Appellante, geboren in 2014 met een ontwikkelingsachterstand en motorische beperkingen, had in 2021 een aangepaste buggy en driewielfiets toegekend gekregen op grond van de Wmo 2015. Eind 2023 vroeg zij opnieuw een aangepaste buggy aan, maar het college trok de eerder toegekende buggy in en wees de nieuwe aanvraag af omdat de buggy niet werd gebruikt en appellante zich met de driewielfiets en lopend kon verplaatsen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat het college voldoende had gemotiveerd dat geen noodzaak bestond voor een aangepaste buggy. Appellante kon redelijke afstanden lopen en de driewielfiets was voorzien van een parkeerrem, waardoor ouders de fiets konden blokkeren als zij de duwbeugel moesten loslaten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij beperkte mobiliteit heeft en continu toezicht nodig is, maar de Raad stelde vast dat zij geen nieuwe gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een aangepaste buggy wordt bevestigd omdat geen noodzaak bestaat.