ECLI:NL:CRVB:2026:324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. M. Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift. De gemachtigde van appellant is op 10 september 2025 en opnieuw op 13 oktober 2025 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijn van het griffierecht van €143.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. F. M. Rijnbeek in aanwezigheid van griffier E.J.E. Veldhuizen op 18 maart 2026. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.