Uitspraak
29 november 2024, 24/2648 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
6 december 2024 en geëindigd is op 16 januari 2025.
BESLISSING
A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 november 2024. De Centrale Raad van Beroep beoordeelt de ontvankelijkheid van dit hoger beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De beroepstermijn bedraagt zes weken en vangt aan de dag na bekendmaking van de aangevallen uitspraak. De uitspraak is op 5 december 2024 per aangetekende brief verzonden en in het digitale dossier geplaatst, waardoor de beroepstermijn liep van 6 december 2024 tot en met 16 januari 2025. Het beroepschrift is echter pas op 10 maart 2025 ontvangen en op 19 februari 2025 ter post bezorgd, wat betekent dat het te laat is ingediend.
Appellante voerde als reden voor de termijnoverschrijding dat zij de uitspraak pas laat van de rechtbank had ontvangen. Dit wordt niet als een bijzondere omstandigheid aangemerkt die de overschrijding verschoonbaar maakt. De Raad stelt vast dat de verzending correct heeft plaatsgevonden en dat het moment van ontvangst door appellante niet relevant is voor de termijnberekening.
Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken op 6 maart 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.