Uitspraak
20 januari 2025, 24/5255
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €143,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen reden om aan te nemen dat appellant niet in verzuim was. Hierdoor kan het hoger beroep niet inhoudelijk worden behandeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.