ECLI:NL:CRVB:2025:799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over schadevergoeding
Appellant ontving eerder bijstand op grond van de Participatiewet, maar deze werd beëindigd vanwege het niet verstrekken van gegevens over een ontvangen schadevergoeding na een verkeersongeval in 2018. Na meerdere aanvragen om bijstand, waarbij steeds geen volledige informatie werd verstrekt, ontving appellant in november 2019 een schadevergoeding van €150.000,- die hij kort daarna volledig contant opnam.
Appellant stelde dat hij het bedrag direct moest afstaan aan derden wegens afpersing, maar kon dit niet onderbouwen met objectief bewijs. Zijn verklaringen en die van derden, zoals zijn psycholoog, waren onvoldoende om aannemelijk te maken dat hij de vergoeding niet tot zijn beschikking had. Verzoeken om aanvullende informatie bij politie en OM leverden geen nieuwe inzichten op.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden omdat hij niet inzichtelijk maakte wat er met de schadevergoeding is gebeurd. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en de afwijzing van de aanvraag om bijstand bleef in stand. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege schending van de inlichtingenverplichting over de besteding van de schadevergoeding.