ECLI:NL:CRVB:2025:763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om dwangsom wegens niet tijdig beslissen op klacht
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de trage afhandeling van een individuele inkomenstoeslag door het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch. Hij stuurde een brief waarin hij sprak van bezwaar, maar het college kwalificeerde dit als een klacht en handhaafde het besluit zonder formele beslissing op een bezwaarschrift.
Appellant stelde het college vervolgens in gebreke en verzocht om een dwangsom wegens het uitblijven van een beslissing. Het college wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van een bezwaarschrift waarop tijdig beslist moest worden. De rechtbank bevestigde deze afwijzing en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn brief wel degelijk een bezwaarschrift was en dat het college dit onterecht als klacht had aangemerkt om een dwangsom te ontlopen. De Raad stelde vast dat appellant de feiten omtrent de afhandeling niet had weersproken en dat de brief inhoudelijk een klacht betrof. Daarom was het college niet verplicht een besluit op bezwaar te nemen.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om dwangsom af. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 mei 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om dwangsom blijft afgewezen.