Uitspraak
5 april 2024, 22/4081
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2025.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante bij brief van 9 juli 2024 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €138,-, met een betalingstermijn van 28 dagen. Bij een tweede aangetekende brief van 9 augustus 2024 is appellante nogmaals gewezen op de betaling en de gevolgen van niet-betaling.
Ondanks deze waarschuwingen heeft appellante het griffierecht niet betaald en ook niet gereageerd op de brieven. Op basis van de beschikbare gegevens is vastgesteld dat appellante in verzuim is. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken op 10 januari 2025. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.