Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
1 augustus 2024, is de Raad verzocht om acht weken uitstel te verlenen voor het indienen van de gronden van het hoger beroep.
11 december 2024 nog steeds niks ontvangen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Na het vertrek van zijn advocaat heeft appellant de procedure zelfstandig voortgezet. De Raad verleende meerdere malen uitstel voor het indienen van de beroepsgronden, maar ondanks deze verlengingen en waarschuwingen werden de gronden niet tijdig ingediend.
Appellant verzocht nogmaals uitstel na ontvangstproblemen met aangetekende post, maar dit verzoek werd afgewezen. De Raad stelde dat de termijn voor het indienen van de beroepsgronden niet opnieuw begon te lopen na het toezenden van een kopie van de brief. Appellant diende de gronden te laat in.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende actie had ondernomen om het probleem met de post te verhelpen en dat geen verontschuldigbare redenen voor het verzuim waren. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden zonder verontschuldiging.