Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2025:480

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 maart 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
24/2559 WMO15
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en machtiging

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro, omdat het geen beroepsgronden bevatte. Tevens werd geen schriftelijke machtiging overgelegd, terwijl dit op grond van artikel 8:24 Awb Pro kan worden verlangd bij vertegenwoordiging.

De Centrale Raad van Beroep heeft appellante via meerdere brieven in de gelegenheid gesteld deze tekortkomingen binnen vier weken te herstellen. Deze termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan, zonder dat redenen zijn aangevoerd die een verontschuldiging voor het verzuim rechtvaardigen.

Gezien het ontbreken van gronden en machtiging verklaart de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en ziet af van inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins en griffier A. Giesen op 26 maart 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en schriftelijke machtiging zonder verontschuldiging.

Uitspraak

Datum uitspraak: 26 maart 2025
24/2559 WMO15, 24/2560 WMO15
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
3 oktober 2024, 23/5182 en 23/6793
Partijen:
[Appellante] e/v [betrokkene] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A. Mokamsingh hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Daarnaast kan op grond van artikel 8:24, tweede lid, van de Awb van een belangenbehartiger om een schriftelijke machtiging worden verzocht.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Bij brief van 23 december 2024 is mr. Mokamsingh in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Ook is bij brief van 23 december 2024 aan mr. Mokamsingh verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging over te leggen.
Mr. Mokamsingh heeft beide termijnen ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brieven van 23 januari 2025 is aan mr. Mokamsingh nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen en de verlangde machtiging in te zenden. In beide brieven is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
Mr. Mokamsingh heeft ook deze termijnen ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor deze verzuimen. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2025.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.