ECLI:NL:CRVB:2025:1885
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatwerkvoorzieningen Wmo 2015
Verzoekster heeft een aanvraag voor maatwerkvoorzieningen voor huishoudelijke ondersteuning en begeleiding in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer heeft deze aanvraag op 22 juli 2024 afgewezen en dit besluit na bezwaar op 16 september 2024 gehandhaafd. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van verzoekster op 10 oktober 2025 ongegrond.
Verzoekster is in hoger beroep gegaan tegen deze uitspraak en heeft daarbij tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep heeft dit verzoek op 10 december 2025 behandeld. De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening een actueel en spoedeisend belang vereist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de door verzoekster gestelde financiële problemen niet zo zwaarwegend zijn dat de behandeling van de bodemprocedure en het definitieve oordeel niet kunnen worden afgewacht. Ook het risico van restitutie speelt hierbij een rol. Daarnaast weegt de voorzieningenrechter mee dat de bodemprocedure naar verwachting op 16 april 2026 zal worden behandeld en dat het college een nieuw medisch onderzoek zal instellen met een andere arts dan eerder geraadpleegd.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het spoedeisend belang onvoldoende is.