ECLI:NL:CRVB:2025:1826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en op grond van artikel 8:108 Awb Pro is deze regel ook van toepassing op hoger beroep.
De gemachtigde van appellant is op 15 augustus 2025 en opnieuw op 15 september 2025 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €143,- en de uiterste betalingstermijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins op 10 december 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.