ECLI:NL:CRVB:2025:165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens erfenis die vermogensgrens overschrijdt
Appellant ontvangt sinds 2014 bijstand op grond van de Participatiewet en heeft in 2020 een erfenis van €6.389,11 ontvangen van zijn moeder. Het college heeft vastgesteld dat het vermogen van appellant het vrij te laten vermogen overschrijdt en heeft het bedrag waarmee dit overschrijding plaatsvond, €3.793,23, teruggevorderd.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen deze terugvordering, maar het college heeft dit bezwaar gehandhaafd. De rechtbank Noord-Nederland heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard omdat appellant geen concrete, specifieke gronden tegen het besluit had aangevoerd en de vaststelling van het vermogen en de hoogte van de terugvordering niet betwistte.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde niet-specifieke gronden aangevoerd. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand blijft in stand.