Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
aanspraak heeftop verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van de Wlz. Ook appellante erkent dat betrokkene op grond van zijn indicatie aanspraak had op zorg met verblijf. [1]
aanspraakop verblijf bepalend is in de memorie van toelichting bij artikel 2.3.5, zesde lid, van de Wmo 2015: “Indien bij het onderzoek blijkt dat iemand
beschikt over een indicatiebesluit voor, en daarmee een recht opAWBZ-zorg, kan het college derhalve weigeren een maatwerkvoorziening te verstrekken dan wel een al toegekende maatwerkvoorziening te beëindigen. Het zesde lid legt deze bevoegdheid vast.” [2]
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij aan het college de opdracht is gegeven een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 7 juli 2022 gegrond en vernietigt dat besluit;
- herroept het besluit van 13 februari 2020 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten van 14 december 2020 en 7 juli 2022;
- veroordeelt het college tot vergoeding van schade zoals onder punt 7 van deze uitspraak is vermeld;
- bepaalt dat het college aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt.