ECLI:NL:CRVB:2025:1358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdiencapaciteit boven 65% bevestigd
Appellante ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding wegens polsklachten en andere lichamelijke beperkingen. Het Uwv beëindigde haar uitkering per 16 april 2023 omdat zij volgens verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar oude loon kan verdienen in passende functies.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen onvoldoende zijn meegewogen, dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat er sprake is van wapenongelijkheid omdat zij geen onafhankelijke deskundige kon inschakelen. Ook stelde zij dat de geselecteerde functies niet geschikt voor haar zijn.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd, dat het rapport van een arts in het kader van de Participatiewet niet tot een ander oordeel leidt en dat er geen reden is voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. De Raad bevestigde dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd en wees het hoger beroep af.
De uitspraak benadrukt de toetsingskaders van het arrest Korošec en het belang van voldoende ruimte voor betrokkene om medische stukken in te brengen. De Raad concludeert dat appellante geen belemmeringen ondervond en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen correct zijn toegepast.
De Raad bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering omdat appellante meer dan 65% van haar oude loon kan verdienen.