ECLI:NL:CRVB:2025:1328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart voor passagier wegens ontbreken continue begeleidingsafhankelijkheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor een passagier, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op medische adviezen van de GGD waaruit blijkt dat appellant zich zonder hulp van een ander redelijkerwijs kan voortbewegen over een afstand van 100 meter, en niet van deur tot deur afhankelijk is van begeleiding.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij door een combinatie van beperkingen wel degelijk continue begeleiding nodig heeft, mede omdat hij geen hulpmiddel kan gebruiken tijdens het wachten in de auto.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het college terecht heeft afgewezen. De Raad acht de medische adviezen van de GGD zorgvuldig en sluit aan bij het oordeel dat appellant niet continu afhankelijk is van begeleiding. De stelling van appellant over het niet kunnen gebruiken van hulpmiddelen tijdens het wachten is onvoldoende onderbouwd.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het bestreden besluit blijft in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier wordt afgewezen wegens het ontbreken van continue begeleidingsafhankelijkheid.