ECLI:NL:CRVB:2025:1252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reparatiekosten cv-ketel wegens niet-noodzakelijke kosten
Appellant, een alleenstaande huurder met een hoge huurschuld, vroeg bijzondere bijstand aan voor de reparatiekosten van zijn cv-ketel. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten volgens de huurovereenkomst volledig voor rekening van de verhuurder komen en dus niet als noodzakelijke kosten van bestaan voor appellant gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit van het college. Appellant stelde in hoger beroep dat vanwege zijn hoge huurschuld de verhuurder de kosten niet vergoedt, waardoor de kosten voor hem noodzakelijk zouden zijn. De Centrale Raad van Beroep volgde dit argument niet.
De Raad oordeelde dat de reparatiekosten zich wel voordoen, maar niet noodzakelijk zijn in het individuele geval van appellant omdat deze kosten contractueel voor de verhuurder zijn. Dat de verhuurder vanwege de huurschuld niet betaalt, maakt de kosten niet noodzakelijk voor appellant. Hierdoor is geen sprake van bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd afgewezen, de afwijzing van de bijzondere bijstand blijft in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor reparatiekosten van de cv-ketel wordt bevestigd.