Uitspraak
15 november 2024, 23/3064
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is appellant verplicht griffierecht te betalen voor het indienen van het beroepschrift en het hoger beroep.
Appellant is bij brief van 16 april 2024 en bij aangetekende brief van 19 mei 2025 meerdere malen gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €143,- en de betalingstermijnen. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijnen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.