ECLI:NL:CRVB:2025:11
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens verdiencapaciteit boven 65% maatmanloon bevestigd
Appellant werkte als meubelspuiter en meldde zich ziek met voetklachten. Het UWV kende hem een Ziektewet-uitkering toe, maar beëindigde deze per 10 februari 2023 omdat hij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn maatmanloon kon verdienen in passende functies. Appellant voerde aan dat zijn medische beperkingen, waaronder decubitus, HIV, duizeligheidsklachten en psychische problemen, onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad toetste het hoger beroep en oordeelde dat de aanvullende medische stukken, waaronder een brief van een plastisch chirurg, geen aanleiding gaven tot twijfel aan de belastbaarheid op de datum van beëindiging. De Raad benadrukte dat de brief pas anderhalf jaar na de datum in kwestie was opgesteld en geen terugwerkende kracht had.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor een beperking in zitten en dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd verworpen, de beëindiging van de ZW-uitkering bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 10 februari 2023 omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmanloon kan verdienen.