ECLI:NL:CRVB:2025:1069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft na een verkeersongeval klachten aan nek en rug gekregen en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft deze geweigerd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep beoordeeld en volgt de rechtbank in haar oordeel dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid. De medische informatie is consistent en overtuigend gemotiveerd door verzekeringsartsen, die geen aanleiding zien voor meer beperkingen ondanks de pijnklachten.
Ook de arbeidsdeskundigen hebben overtuigend gemotiveerd dat appellant de geselecteerde functies kan verrichten, ondanks zijn stotteren en beperkte beheersing van de Nederlandse taal. De Raad ziet geen reden een onafhankelijke deskundige te benoemen.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om de WIA-uitkering te weigeren blijft in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.