ECLI:NL:CRVB:2025:1050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en opschorting bijstand wegens schending medewerkingsverplichting
In juni 2022 ontving de sociale recherche een melding over de woon- en verblijfsituatie van appellant, waarna een rechtmatigheidsonderzoek werd ingesteld. Appellant werd uitgenodigd voor een gesprek op 1 november 2022, maar verscheen niet. Ook op de vervolgafspraken op 8 en 14 november 2022 was appellant afwezig. Hierdoor schond appellant de medewerkingsverplichting, wat leidde tot opschorting en uiteindelijk intrekking van de bijstand per 1 november 2022.
Appellant voerde aan dat het college zijn bevoegdheid had misbruikt door het gesprek te gebruiken voor een ander doel, namelijk zijn aanhouding, wat volgens hem in strijd zou zijn met het verbod van détournement de pouvoir. Dit werd echter door de Raad verworpen omdat er geen bewijs was dat het college het gesprek anders had bedoeld dan voor het vaststellen van de woon- en verblijfsituatie.
De Raad concludeerde dat het enkele voorstel van de politie om appellant aan te houden niet betekent dat het college haar bevoegdheid heeft misbruikt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de opschorting en intrekking van de bijstand in stand blijven en appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De intrekking en opschorting van de bijstand wegens niet-naleving van de medewerkingsverplichting worden bevestigd.