ECLI:NL:CRVB:2024:776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging mate arbeidsongeschiktheid en voortzetting WGA-vervolguitkering
Appellante, voormalig administratief medewerkster, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uwv om haar mate van arbeidsongeschiktheid te wijzigen naar 61,98%, waardoor haar WGA-vervolguitkering ongewijzigd blijft. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en overtuigend was uitgevoerd. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies, ondanks haar psychische klachten en duizeligheidsklachten.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat haar beperkingen zijn onderschat en dat zij de geselecteerde functies niet kan vervullen. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist en voldoende gemotiveerd zijn. De Raad wees het verzoek om een schouw of aanvullende vragen af, en stelde vast dat het bestreden besluit ondanks een aanvankelijk gebrek aan arbeidskundige motivering uiteindelijk niet onrechtmatig is.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor de WGA-vervolguitkering ongewijzigd blijft. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De WGA-vervolguitkering van appellante blijft ongewijzigd op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.