Uitspraak
25 mei 2021, 20/2803
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellante tot een bedrag van
- bepaalt dat het college aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 134,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Na een besluit van het college waarin alsnog een vergoeding voor de gemaakte proceskosten in bezwaar werd toegekend, heeft appellante het hoger beroep ingetrokken. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan in dat geval op verzoek worden veroordeeld in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het college volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen, waardoor het hoger beroep is ingetrokken. Het college wordt daarom veroordeeld in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep.
De proceskosten worden begroot op € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte procedure in hoger beroep. Daarnaast dient het college het betaalde griffierecht van € 134,- aan appellante te vergoeden. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten omdat het hoger beroep is ingetrokken en het college geen verweerschrift heeft ingediend.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 437,50 en het griffierecht van € 134,- aan appellante.