Uitspraak
18 augustus 2023, 22/5645
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 april 2024.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is voor het indienen van een beroepschrift griffierecht verschuldigd, hetgeen overeenkomstig artikel 8:108 Awb Pro ook geldt voor hoger beroep.
Appellante is bij brief van 17 oktober 2023 en opnieuw bij aangetekende brief van 17 november 2023 gewezen op de verplichting om het griffierecht van €136,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken te voldoen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen betaald.
De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 5 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.