ECLI:NL:CRVB:2024:543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële gegevens over erfenis
Appellant diende op 7 september 2020 een aanvraag om bijstand in, maar leverde niet alle gevraagde gegevens aan, waaronder belangrijke stukken over een erfenis van €56.233 die hij in 2017 ontving. Het college stelde de aanvraag daarom op 29 oktober 2020 buiten behandeling. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door de rechtbank Limburg.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij alle redelijkerwijs beschikbare informatie had verstrekt en dat uit de ingeleverde stukken bleek dat hij bijstandbehoevend was. De Raad oordeelde dat de stukken over de erfenis essentieel zijn voor de beoordeling van de financiële situatie en dat appellant niet de gevraagde bewijsstukken, zoals de aangifte erfbelasting, verklaring van erfrecht en bankafschriften, binnen de gestelde termijn had aangeleverd.
De Raad stelde vast dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij de stukken in 2019 al had ingeleverd en dat hij redelijkerwijs over de stukken had kunnen beschikken. Het hoger beroep werd afgewezen, waarmee de buiten behandelingstelling in stand bleef. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De buiten behandelingstelling van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd vanwege onvoldoende aangeleverde stukken over de erfenis.