Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 837,-;
- bepaalt dat het college aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 134,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Vervolgens heeft zij het hoger beroep ingetrokken nadat het college van burgemeester en wethouders van Maashorst op 25 april 2023 een beslissing op bezwaar heeft genomen waarbij de terugvordering en boete op nihil zijn gesteld.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro is het college veroordeeld in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep, begroot op € 837,-. Tevens moet het college het betaalde griffierecht van € 134,- aan appellante vergoeden.
De Raad heeft het standpunt van appellante dat zij ook een punt voor de zitting zou moeten krijgen verworpen, omdat de zaak zonder zitting is afgedaan. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, op 19 maart 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.