ECLI:NL:CRVB:2024:488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door het CIZ
Het CIZ heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar heeft dit hoger beroep bij brief van 17 april 2023 ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht om het CIZ te veroordelen in de proceskosten die in hoger beroep zijn gemaakt. Het CIZ stemde in met een vergoeding van de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overwogen dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank had het CIZ reeds veroordeeld in de kosten die betrokkene had gemaakt in verband met bezwaar en beroep, zodat nu alleen de kosten in hoger beroep worden toegewezen.
De proceskosten worden begroot op €837, wat overeenkomt met één punt voor het indienen van het verweerschrift volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het CIZ dan ook tot betaling van dit bedrag aan betrokkene. De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins in aanwezigheid van griffier A. Giesen op 13 maart 2024.
Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.